Zie ook: www.johandeboose.wix.com/johandeboose

woensdag 12 januari 2011

interview over de roman Bloedgetuigen

Eind maart verschijnt de roman Bloedgetuigen bij De Bezige Bij Antwerpen.

Hieronder kunt u een gesprek lezen dat uitgever Harold Polis had met Johan de Boose in het najaar van 2010. Fragmenten hieruit worden gebruikt in de aankondiging van de roman.

HP: Hoe is Bloedgetuigen ontstaan? Waarom wilde je dit boek schrijven?

JdB: Ik schrijf om iets te begrijpen. De eerste stap is verwondering, nieuwsgierigheid. Vervolgens waag ik de sprong in het duister. In het geval van de roman Bloedgetuigen wilde ik de context van de Vlaamse collaboratie en het Oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog begrijpen. Parallel wilde ik de context van de tegenstander, de Russische soldaat in Stalins Sovjet-Unie, kennen. Daar kwam een derde fascinatie bij, die voor de slachtoffers van de blokkade van Leningrad, die drie jaar heeft geduurd.

Meteen werd het me duidelijk, dat ik deze drie situaties naast elkaar moest plaatsen, met begrip voor alle standpunten. Ten slotte legde ik mijn oor te luisteren bij de Geschiedenis zelf, die gewetenloze hoer, die van alles op de hoogte is en niets ongedaan wil maken. Vier lijnen dus, die zich parallel ontwikkelen. In de muziek noemt men dit polyfonie. Je kunt het ook zien als een diorama: alsof je als lezer uitzicht hebt op de verschillende onderdelen van het oostfrontverhaal, onderdelen die voor de personages zelf onzichtbaar blijven.

HP: Het heeft iets van een toneeldrama of een film.

JdB: Je moet je dit verhaal voorstellen als een enorme buhne met verschillende compartimenten. In elk compartiment speelt zich een bepaalde scène af. In totaal zijn er vierentwintig scènes. In het ene compartiment weet men niet wat er in de andere gebeurt. De toeschouwer evenwel (in dit geval de lezer) ziet ze allemaal tegelijkertijd. Dat wil zeggen: als hij het boek uit heeft, want eerst bekijkt hij natuurlijk één voor één elk compartiment, d.w.z. leest hij elke scène. Op het eind moet hij het gevoel hebben dat hij hoog boven de twintigste eeuw heeft gevlogen, vanwaar hij een panoramisch beeld kreeg, maar dat hij tevens op belangrijke plaatsen is neergestreken om de kleinste details, de kleinste nuances te bekijken.

HP: Is het een historische roman?

JdB: Onder andere. De historische roman begint in 1913 en eindigt in 1989. Maar het is ook een bildungsroman, waarin drie personen en hun omgeving (in totaal zijn er meer dan honderd personages) gevolgd worden tijdens de cruciale ogenblikken van hun leven. Ten slotte is de roman ook een ideeënroman, waarin de belangrijkste ideologieën van de twintigste eeuw, het fascisme en het communisme, op de korrel worden genomen, soms empathisch, soms satirisch. De verhaallijnen, die elkaar kruisen, beantwoorden de volgende vragen: wat doet een mens in bepaalde omstandigheden? Welke keuzes maakt hij? Wat zijn daarvan de gevolgen, ethisch, moreel, maar ook concreet, in het dagelijkse leven van de daaropvolgende decennia en generaties? Wat had er anders kunnen gebeuren?

HP: Je kreeg de Henriette Roland Holstprijs omdat je uiterst genuanceerd over tegenstrijdige situaties schrijft. Nuance speelt blijkbaar opnieuw een grote rol.

JdB: Mensen willen graag geloven dat de wereld zwart-wit is, dat alles duidelijk en helder is. Dat is leefbaarder, makkelijker. We maken een categorie in ons hoofd, b.v. ‘nazi’, ‘communist’, ‘collaborateur’, en daar stoppen we alles in, waarvan we denken dat het er thuishoort, of waarvan we dit gemakshalve zouden willen. Dat is vals. Er is altijd een oneindig aantal nuances. Ik voer in de roman personages op, die extreme keuzes maken, en ik doe dit op zo’n manier, dat de lezer het gevoel krijgt: misschien zou ik hetzelfde hebben gedaan. Soms levert dit een gigantische ethische spanning op. Stel je voor, dat iemand in de trein mijn boek zit te lezen en opeens tegen zijn partner zegt: ‘Die moord zou ik ook hebben kunnen plegen.’ Wat is literatuur anders dan dit? Vervolgens kun je gaan reflecteren. Literatuur verandert namelijk wél iets: niet de wereld, maar de blik van de lezer op de wereld.

HP: Collaboratie en Oostfront blijven heikele thema’s. Hoe ga je daarmee om?

JdB: Ze zijn zo heikel, dat ik heb besloten om erover te schrijven. Je moet over heikele thema’s schrijven. Waarover zou je anders moeten schrijven? Als je dit niet doet, laat je ze over aan mensen die ideologisch gewin willen halen uit geschiedvervalsing of die echt geloven dat je een bepaalde bril moet opzetten om bepaalde onderwerpen te bespreken. Sommige facetten zitten ook in de taboesfeer, b.v.: zou het beter zijn geweest indien Hitler de oorlog had gewonnen? Je moet hierover durven schrijven. Het klinkt misschien pathetisch, maar literatuur, net zoals theater en film, kan de functie van een moreel tribunaal hebben. Dat is geen ouderwetse gedachte, maar een heel progressieve, want de meeste boeken van tegenwoordig durven niet over hun eigen schaduw heen te stappen. Als schrijver moet je radicaal zijn.

HP: Je bent al jaren een verwoed reiziger. Welke rol spelen reizen in de ontstaansgeschiedenis van dit boek?

JdB: Alle plekken die ik beschrijf, heb ik bezocht: in België, Frankrijk, Duitsland, Polen, de Baltische staten, Oekraïne, Rusland, ook in Siberië, en Israël.

Ik heb er gepraat met getuigen, familieleden, nazaten, wetenschappers, kunstenaars, allemaal mensen die nauw met die streek verbonden zijn en hun mening over de geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog hebben.

Ik heb hun getuigenissen opgetekend. Zij hebben mij hun gastvrijheid geboden. Ik geloof niet in schrijvers die een verhaal situeren in een dorpje vlak bij Sint-Petersburg, maar hun schrijfkamer nooit hebben verlaten. Je moet de genius loci hebben gevoeld, de fysieke nabijheid van de spoken van de geschiedenis, je moet de geschiedenis geroken hebben, niet alleen in de vorm van drukinkt.

HP: Je bent doctor in de Slavische talen en Oost-Europakunde. Speelt wetenschappelijkheid een rol?

JdB: Niet op een academische manier, nee, gelukkig maar! Dit is geen wetenschappelijk traktaat, maar een verhaal met de nodige suspens en sex-appeal. Maar soms ga ik tijdens het schrijven natuurlijk wel even te werk als een wetenschapper, want je mag geen onzin vertellen. Hoe pathetisch een verhaal ook is, je moet het in koelen bloede schrijven, zelfs b.v. verkrachtingen, en er komen er nogal wat voor, gebaseerd op feiten. Overigens schakel ik voor historisch delicate punten bevriende specialisten in, die mij op koers houden. Maar soms moet je ook alle remmen losgooien. Een wetenschapper mag niet gek zijn, maar een schrijver, die niet gek is, is een ambtenaartje.

HP: Schrijf je ook tijdens het reizen?

JdB: Ik schrijf altijd. Schrijven is een extreem fysieke bezigheid. Schrijven is razende beweging, ook al zit je urenlang stil. Dit boek is geschreven in Rusland, op de Balkan en in Polen, maar ook in mijn boshuis in België, waar het reizen op een andere manier wordt voortgezet, namelijk in mijn hoofd.

HP: Hoeveel traceerbare realiteit zit er in het boek, met name wat betreft de verhalen van ooggetuigen, die je hebt geïnterviewd?

JdB: Laten we zeggen dat wie zichzelf in het boek herkent, slecht gelezen heeft. Ik heb getuigenissen gebruikt zoals de boetseerder klei gebruikt. Wat heeft het kunstwerk te maken met de klei, waaruit het is gemaakt? Alles en niets. Het eindresultaat is een door mijn fantasie eindeloos bewerkte reeks vertellingen. De belangrijkste vraag, die ik me altijd stelde was: hoe zou ik reageren? Op die manier zijn de hoofdpersonages afsplitsingen van mezelf. De drie protagonisten dragen elk een van mijn drie doopnamen.

Over mij

Mijn foto
Belgium
auteur van fictie, non-fictie, poëzie en toneel. Recentste publicaties: -De historische roman BLOEDGETUIGEN (de Bezige Bij), inmiddels aan een 3de druk toe, genomineerd voor de Gouden Boekenuil en bekroond met de Cutting Edge Award en de Halewijnprijs. -Gaius (1ste deel van trilogie Het Vloekhout) (De Bezige Bij) -Jevgeni (2de deel van trilogie Het Vloekhout) (De Bezige Bij) -Oktober (liefdesroman ten tijde van de Russische Revolutie) (Lannoo)