Zie ook: www.johandeboose.wix.com/johandeboose

donderdag 11 december 2014

Eindfase van mijn romantrilogie 'Het Vloekhout'. Het lastigste boek ooit. Zo lastig als het was om het te schrijven, zo lastig moet het zijn voor het geweten van de 21ste-eeuwse mens om het te lezen. Ik heb nog nooit een boek gemaakt over nu. Met elk boek probeer ik iets te 'begrijpen'. Het 'nu' kun je niet begrijpen, in het beste geval kun je dat pas over x aantal jaren. Het is dus een onmogelijk boek. Elke dag twijfel ik. Elke dag juich ik. Elke dag geef ik het op.

vrijdag 7 november 2014

"Persoonlijk zie ik maar één weg, namelijk om compromisloos de tegenstrijdigheden te blijven verwoorden waardoor ik word verscheurd, in de wetenschap dat die tegenstrijdigheden later zeer waarschijnlijk kenmerkend zullen blijken voor mijn tijd." Michel Houellebecq

maandag 27 oktober 2014

voorpublicatie Het Vloekhout, romantrilogie, deel 3


Terugblik op 2014 vanuit de toekomst.
  In die dagen – zei L. – danste de hele wereld als een ei in kokend water. Wat een tijd, wat een vreselijke tijd, hij vond het spannend, hij was in zijn element. Oude ideologieën en machtsverhoudingen stonden voor het eerst sinds lang op losse schroeven. Overheden trokken rookgordijnen op om hun gedrag te camoufleren. Er brak een vermoeiend aantal oorlogen uit tussen onduidelijke vijanden, die hun wortels hadden in vorige oorlogen en foute allianties. De Derde en Vierde Wereldoorlog waren allang uitgebroken en beslecht, het maakte niet zoveel meer uit de hoeveelste, oorlog was asymmetrisch en hybride geworden, een vorm van autoritair gestuurd roversgedrag, en dat werd beschouwd als normaal, althans door velen.
  In Rusland verscheen een verhaal dat heette ‘Zonder hemel’, gesitueerd in de nasleep van de Vijfde Wereldoorlog, en hierin stond te lezen: ‘In de primitieve oorlogen van de negentiende en de twintigste eeuw was het gebruikelijk dat slechts twee partijen de strijd aangingen. Nu is het allen tegen allen.’ Auteur hiervan was Natan Dubrovitski, pseudoniem van president Poetins spindoctor, de oligarch Vladislav Soerkov, een briljante, overcorrupte man, bijgenaamd de Grijze Kardinaal. De analyse van deze supercrimineel vatte de tijdsgeest nogal goed samen, hetgeen betekende dat supercriminelen het voor het zeggen hadden
  Er was nog meer in dat merkwaardige jaar. De wereld was langzaam maar zeker een wonderlijk, postmodern theater geworden, waar men experimenteerde met oude en nieuwe politieke modellen. Alles wat min of meer was bereikt, werd in vraag gesteld en bleek ineens verkeerd. Daar kwamen ideologische sloophamers aan te pas. Vroegere scheldwoorden werden gerehabiliteerd en mooie idealen werden naïeve hersenschimmen. Extreme politieke groeperingen van links en rechts reikten elkaar de hand in de strijd tegen nieuwe, gemeenschappelijke vijanden, zoals het moslimterrorisme, en dat laatste nam de vorm aan van rijke piraterij, waarbij zich stilzwijgend de antikapitalisten (die op hun manier klaar waren met het Westen) voegden.
  In de beschaafde delen van de wereld (steeds zeldzamer) werd een strijd gevoerd tegen wat het communisme van de eenentwintigste eeuw werd genoemd: het antiracisme. Het recht op vrije meningsuiting en het recht op discrimatie werden van plaats verwisseld en iedere controle door de overheid op de handel en wandel van de burger werd beschouwd als een bedreiging van de elementaire vrijheid, ook als die burger zijn vrijheid aanwendde om iets of iemand al dan niet extreem te discrimineren. Met andere woorden, het verbod op discriminatie was een zuivere vorm van discriminatie geworden.
  Inmiddels weten we waartoe dat heeft geleid, daarom breng ik het even in herinnering.
  De financiële wereld was één tikkende tijdbom geworden, beurzen speelden dagelijks paniekvoetbal, of Russische roulette, iedereen wist dat het slecht zou aflopen, maar niemand wist wanneer, zelfs de grootste experts trokken hun wenkbrauwen op, want ze wisten het werkelijk niet, en intussen werd er op gigantische schaal geroofd en geplunderd, maar iedereen was trots op zijn schone handen. 
Wie uit heldhaftige goedertierenheid de waarheid boven tafel bracht (door grote, bewuste computerlekken in overheidsbestanden), werd gelijk beticht als een groter crimineel dan de criminelen die verantwoordelijk waren voor de grootste witteboordencriminaliteit ter wereld. 
© Johan de Boose 

dinsdag 21 oktober 2014

Over het derde deel van mijn romantrilogie 'Het Vloekhout'


Ik probeer in deze roman via een krankzinnige plot iets zinvols te zeggen over en grip tre krijgen op de onoverzichtelijkheid en de ideologische versnippering van deze tijd. Dat is per definitie onmogelijk, maar het is het belangrijkste waartoe ik me op dit moment als intellectueel en als kunstenaar geroepen voel. Waanzin, barokke metaforiek en een montagne-russe-achtige fantasie zijn mijn tools. Helderheid en afgrondelijke inzichten zijn mijn doel. Maar het landschap is mistig. Ik draai mezelf een rad voor de ogen. Dat is niet noodzakelijk erg. Geloof in het resultaat is het belangrijkste. Het is het enige wat ik kan doen om zelf niet gek te worden.  

zaterdag 4 oktober 2014

Tijdens het schrijven van deel 3 van 'Het vloekhout'.

Ongeveer alle hindernissen die je kunt verzinnen, ben ik tegengekomen.
Kun je een historische roman schrijven over het heden?
Kun je met een toekomstig perspectief naar het nog niet voorbije heden kijken?
Kun je vanuit postuum standpunt schrijven?
Ik denk wel dat het kan. Een film als 'Mister Nobody' van Jaco van Dormael bewijst het.
Maar ik heb het opgegeven.
De val heet: science fiction. De redding: Vonnegut (die zijn personages door de tijd laat lopen alsof ze door een landschap lopen).
Maar dat heb ik opgegeven.
Op een dag gooi je 222 pagina's in de prullenbak.
Ik heb tot nu toe meer geschrapt dan geschreven.
Er moet een relatie zijn tussen actuele feiten en het verhaal, dat streeft naar universaliteit.
Streven de feiten eveneens naar universaliteit?
Nee, de waarheid is, dat beide vluchtig zijn.
Over vluchtige feiten schrijven doe je weliswaar op een net iets minder vluchtige manier.
Zo niet doe je aan journalistiek.
Niks mis mee, maar literair gezien waardeloos.
Als je de feiten aftrekt van het geschreven werk, hou je het literaire over.
Dat is de kunst. Althans, zo zou het moeten. 
En dan de inhoud.
Het derde deel van de trilogie gaat over de toenemende, ideologische, onomkeerbare chaos van de naoorlogse, westerse wereld, die volgens velen op zijn einde afstevent, en dus over het failliet van de overzichtelijkheid. Dat is abstract uitgedrukt. Concreter kan ik het niet. 
Wie liggen er op tafel als compagnons? 
Kiril Medvedev, Milan Kundera, Martin Amis, Ilf & Petrov, Kurt Vonnegut.
Van deze laatste dit citaat:

I believe that reading and writing are the most nourishing forms of meditation anyone has so far found. By reading the writings of the most interesting minds in history, we meditate with our own minds and theirs as well. This to me is a miracle.
  

dinsdag 13 mei 2014

Mijn romantrilogie 'Het Vloekhout', waarvan deel 1 ('Gaius') en deel 2 ('Jevgeni") al zijn verschenen, is - behalve een verzameling schelmenromans over catastrofen - een onderzoek naar radicaal schrijven. Ik tast de grenzen tussen genot en weerzin af. Daarvoor schend ik alle grenzen, behalve die van de vertelling. Ik vind dit belangrijk omdat we leven in een onverschillige en cynische tijd. Het doel van de romans is eigenlijk de lezer wakker te schudden. Is dat geslaagd? Gaandeweg blijkt dit bijna een onmogelijke taak. Om het onderzoek af te ronden, maak ik het 3de deel nog scherper, harder dan de vorige twee. 

zondag 13 april 2014

3de deel van de romantrilogie HET VLOEKHOUT

Momenteel werk ik aan het derde deel van m'n romantrilogie 'Het vloekhout'. Het overkoepelende thema is: hoe reageert de mens op het idee dat het eind der tijden aangebroken is.
Deel 1, 'Gaius', speelde zich af in de 1ste eeuw.
Deel 2, 'Jevgeni', in de 14de eeuw.
Telkens een eeuw waarin de meeste mensen geloofden dat het eind met rasse schreden naderde.
Deel 3 speelt zich af in de huidige tijd.
Een titel is er nog niet.
Ik doe een poging om het verhaal samen te vatten.

Er zijn alarmerende berichten over een aanslag. Iemand heeft naar de media gelekt. Is het de waarheid? Wie zit erachter? Wat gaat er precies gebeuren? Is het nog te stuiten?
Tegelijk vertelt een ongeïdentificeerd object over zijn reis door de woestijn en door de tijd.
De mens lijkt aan talloze catastrofen te kunnen ontsnappen, maar het geeft hem nooit de garantie dat de ultieme ramp zal uitblijven.
Kerncentrales ontploffen, nucleair afval is in het bezit van terroristen, sommige staten zijn zelf terroristen.
Wat heeft een verwend, meisjesachtig jongetje, opgegroeid in een pedofiele commune in de jaren 60, te maken met de dreigende ondergang?
En waarom duikt die etter op in Sarajevo, Moskou, New York en Fukushima, telkens wanneer een ramp zich wederom aandient?
Weet de oude moeder raad? Zij woont in een boerderij vlak bij de middeleeuwse abdij van Ename, waar in de oudheid een Romeinse villa stond.
Brengt de misdadig mooie actrice Ljoeba, opdoemend als een pop-up pinup, enig heil?
Terwijl de seconden wegtikken en onze dagen geteld zijn, kijkt de oude moeder om naar Auschwitz, waar de wereld al eens ophield te bestaan.
Draagt dood hout ooit vruchten?  

Deze gedachten zijn neergeschreven tijdens een reis naar Belgrado, Zagreb, Ljubljana, Rijeka en St-Petersburg in april 2014.

woensdag 19 maart 2014

Deze maand verscheen mijn nieuwe roman JEVGENI, het 2de deel van de trilogie HET VLOEKHOUT, bij De Bezige Bij.

U kunt hier de eerste pagina lezen:

Men moet niet tot oude ondeugd vervallen, maar’, zegt vader Jevgeni met een vette knipoog, ‘de boog kan ook niet steeds gespannen zijn.’
Wij schrijven het dertienhonderdnegentigste jaar na de geboorte van Onze-Lieve-Heertje daarboven, op Lichtmis, bij de start van de sprokkelmaand, de maand van boete en bevroren slijk.
Bogomil, zijn medebroeder, loost onophoudelijk zuchten.
Ze kloppen op de Spitaalpoort aan de rand van de grootste stad van de Nederlanden, Ganda. De stadswacht, die knobbels op zijn kale schedel heeft, bekijkt hen van top
tot teen en leest de vrijgeleide die ze van de abt van Ehinham hebben meegekregen.
‘Gasten en vis blijven maar drie dagen fris’, moppert hij.
Hij zet de poort zo weinig open dat Jevgeni er met zijn tweehonderdtwintig pond nauwelijks door kan. Vóór hen rijst het puntdak van de Sint-Baafsabdij op.
‘Naar het schijnt’, zegt Jevgeni, ‘kent men hier een woord voor wat ik nu dolgraag zou willen doen: lichtmisserij…’
‘Dat verbied ik,’ zegt Bogomil, ‘het is tijd voor gebed en bezinning. Men verwacht ons voor onze retraite.’
‘Natuurlijk, maar de avond is jong, en als de nacht straks valt moeten wij een kaars aansteken, en die kaars – dat weet jij net zo goed als ik – is het teken van Zijn vuur.’ Hij sluit zijn ogen en peutert met zijn vingers tussen zijn tanden.
‘Zorg dat de vlam niet uitgaat, nooit! Blus de geest niet uit, zoals Paulus zegt in zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen. Als de vlam dooft… O wee!’ Hij spuugt. ‘Bovendien heb jij mij niks te verbieden! Ech, volg me!’
Bogomil knijpt in Jevgeni’s hand, trekt aan diens baard en klampt zich vast aan diens mouw, maar hij valt met een smak neer.
‘Bij het teenkootje van de Verrezene,’ bidt hij, ‘hebben we niet al genoeg ellende gekend?’
Te laat. Jevgeni trekt zijn smerige habijt op en loopt de stad in, over het galgenveld, waar twee opgeknoopte dieven hangen te bengelen, langs de pakhuizen en de graanschuren, door de stegen vol lichtekooien.
Bogomil volgt hem als zijn schaduw.

vrijdag 21 februari 2014

Boekpresentatie JEVGENI

Binnenkort verschijnt mijn nieuwe roman JEVGEN bij De Bezige Bij. JEVGENI is het 2de deel van de trilogie HET VLOEKHOUT. Eerder verscheen deel 1, GAIUS.
Het boek wordt feestelijk gepresenteerd op 7 maart om 20 u. in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL), Koningstraat, Gent. Harold Polis verwelkomt. Chantal Pattyn is gastvrouw. Swoon maakte een boektrailer. De auteur leest zelf voor uit zijn boek. Hartelijk welkom!